De rupsen blijven zich ontwikkelen en op diverse locaties worden jonge rupsen waargenomen. Vroege signalering en een tijdige behandeling zijn belangrijk om te voorkomen dat een beperkte aantasting uitgroeit tot ernstige vraatschade. Omdat nieuwe rupsen zich gedurende een langere periode kunnen blijven ontwikkelen, is herhaling vaak de sleutel tot een succesvolle bestrijding.
Snelle stop van vraat met Turex WG
Turex WG bevat de bacterie Bacillus thuringiensis spp. aizawai. Deze bacteriestam produceert verschillende, unieke eiwitkristallen (Cry-toxinen) die na opname de darmwand aantasten. Vrijwel alle rupsen van vlinders of motten worden bestreden, waaronder de rupsen van bijvoorbeeld koolmot en koolwitje. Na opname van het middel stopt de vraat van de rups al binnen enkele uren.
Toepassen op jonge rupsen
Jonge rupsen eten meer van het behandeld blad dan grotere rupsen. Hierdoor nemen ze meer Turex WG op en is de bestrijding effectiever.
Herhalen
Door de snelle bladgroei in koolgewassen is het verstandig de behandeling na ongeveer een week te herhalen. Zo blijft ook het nieuw gevormde blad beschermd tegen vraatschade.
Advies
- Dosering 1 kg/ha Turex WG + hulpstof (bijvoorbeeld Hi-wett)
- Toepassen zodra de eerste rupsen worden waargenomen
- Herhalen met interval van 7 dagen bij aanhoudende druk (max 3x)
- Zorg voor een spuitvloeistof met een pH tussen 5 en 7
- Bij zonnig weer bij voorkeur aan het einde van de dag spuiten
Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees voor gebruik eerst het etiket en de productinformatie.